CHAMPOUSSIN - end of a year

MORTSEL - happy new one

 

 

 

 

30012026

het was niet te geloven

en toch was het gebeurd

lichten die eerst gaan doven

stilte

& toen was het mijn beurt

 

dus maak ik eerst een buiging

een koprol in het gras

met heel veel overtuiging

alsof het een gewoonte was

 

in handstand

strek buig strek

in kaars loodrechte lijn

zak in elkaar

los op mijn bek

iemand moest toch de laatste zijn

 

 

29012026

vandaag is het gedichtendag

laat me maar eens goed gaan

omdat ik denk dat het wel mag

het had zelfs in de krant gestaan

 

in regeltjes van vier

geen punten 

zonder komma's

in poging tot was leesplezier

voor jong

maar ook voor bomma's

 

bij voorkeur zonder hoofdletter

omdat het niet belangrijk was

was het dat wel dan wat

vetter

omdat dat net weer anders las

 

van alfabet tot woorden

van onzin

& verzinnen

niet altijs samen hoorden

of waar dan te beginnen

 

 

28012026

zijn stoplicht ging in rood

iemand was uitgestapt

iemand die naar de meisjes floot

ze had 'm poetjelap gelapt

 

en sloeg hem in de boeien

dat had hij niet verwacht

sirenes die gaan loeien

toen werd hij naar de cel gebracht

 

 

28012026

de mist hing dik en grijs

het leven in een waas

het ging moeizaam

stapjesgewijs

een koplamp bood niet echt soelaas

 

tast op de wilden boef

zoals in pure gok

een snelle flits

ik voel zijn zoef

alsof een windvlaag aan me trok

 

een ritje vol onzichtbaarheid

het krieken van de dag

het duurde veel te lange tijd

voordat ik het obstakel zag

 

wat had je dan gedacht

vlieg als een katapult

de verte in 

iemand die lacht

dit alles door wat mist verhuld

 

 

27012026

27012026

een pelske aan de tramhalte

een pluiskraag aan een frak

al slenterend

lanterfante

zo doelloos 

misschien zonder dak

 

boven zijn hoofd

en slaapt hij in het buskotje

heel anders dan hem was beloofd

schiet in gebed

smeekt

please godje

 

dit is toch écht geen leven

wat heeft u soms bezield

kunt ge geen ander geven

dit heb ik nu toch niet verdiend

 

 

27012026

een kind liep hard te bleiten

het sneed door merg en keel

gegrom

te willen bijten

daarom vraag ik

"awel wat scheel

 

't er aan uw stembanden

waarom zo'n grote mond

en ontbloot ge al uw tanden

zo vroeg

zo in de ochtendstond"

 

geschrokken keek ie op

ik zou het echt niet weten

het zit gewoon zo in mijn kop

om relletjes te keten

 

 

26012026

ijslaagjes op een autoruit

dat wordt straks vast weer krabben

niet aan je hoofd

maar als besluit

er toch nikske van snappen

 

 

26012026

brrrrrrrrr

het was berekoud

drie graden onder nul

zilverkristal

kachel vol hout

duik in de kast

een dikke pull

 

windtranen gaan bevriezen

mijn bril snel aangedampt

maar heb niets te verliezen

bibberend alsook ijsverkrampt

 

de fietsstraat ligt er blinkend bij

waarschijnlijk ook spekglad

en dan zowaar gebeurt voor mij

ge moogt gerust zelf raden wat ....

 

 

23012026

het nieuws van zeven uur

percies heel vroeg vertrokken

begroet de hondjes

ook de buur

tussen 2 koffiemokken

 

de laatste van de week

toch wat betreft gaan werken

reikhalzend naar het weekend keek

kon je 's ochtends al merken

 

 

23012026

we waren weer op wintertoer

met extra laagjes aan

nochtans lag lente op de loer

had zelfs al voor de deur gestaan

 

 

22012026

het alfabet lag nog in slaap

was het bijna vergeten

doch alle moed bijeentjes raap

slaak oer- en ochtendkreten

 

mijn knietjes knikken stram

mijn lijf voelt vandaag oud

op zoek naar sporen langs de tram

de nulgraden voelen niet koud

 

toch is het bibberweer

auto's in schaar geblutst

ik stop en zeg

"awel meneer"

"ge zijt vandaag zo goedgemutst"

 

het was grappig bedoeld

hij kon er niet om lachen

wel degelijk de kou gevoeld

de pechdienst had het vlaggen

 

 

21012026

geluiden op de pier

meeuwen ieuwend op zee

en bootje

ééntje van plezier

neemt veel opvarend met zich mee

 

ze wiegen op en neer

zo lijken ze te touteren

iemand smeekt

neen, niet nog een keer

het kan de stress niet louteren

 

ze waden door een storm

en iedereen heeft schrik

de golven zijn enorm

iemand verschiet

& krijgt de hik

 

die is vast in de groei

van uit de kluit gewassen spruit

iemand werpt 'm een reddingsboei

en redt nog and'ren uit de schuit

 

 

21012026

de vogels in mooi fluitconcert

al lang niet meer gehoord

waarschijnlijk sinds het roomdessert

bij zomertijd

een hit gescoord

 

word in koor begeleid

luisterend naar hun zang

ze volgen me de ganse tijd

in vogelvlucht 

minutenlang

 

ze lijken in gesprek

wie floot er nu naar wie

of wie hield wijzelijk zijn bek

ik hoor ze wel

daarom niet zie

 

sttttt

dat is vast een merel

en wacht ...

zoals een kraai

dan heb je nog die kerel

die aapt ze na

als papgaai

 

 

20012026

de tunnel gepasseerd

een wieldop in de haag

iemand had zich er uitgeleefd

door mist verstoord

het beeld heel vaag

 

het oogt heel surreëel

figuren die bewogen

amorf

vervormd tot één geheel

en zonder mededogen

 

plots schrik ik me een hoedje

iemand rukt aan mijn stuur

dus lap ik 'm een voetje

het is verdomd mijn eigen buur

 

gevolgd door zijn hondjes

raakt in hun les verstrikt

een fractie van secondjes

de mist alweer wat aangedikt

 

 

20012026

het was weer ruitjes krassen

dit keer niet op een kansbiljet

maar tussen uitlaatgassen

de motor alvast aangezet

 

die staat daar maar te ronken

de auto niet rijklaar

wat had het daar gestonken

naar smoke

fijn stof

smoor (e)en sigaar

 

 

19012026

mijn hoofd schrijft snel een kortverhaal

van eenvoud & bescheidenheid

herlees

en schrap

pluk woorden kaal

en steeds beknopter in de tijd

 

 

19012026

de temp'ratuur was weer gezakt

draag zo een extra laagje

dubbel & dik

zo warm verpakt

wat anders winters draag je

 

 

18012026

de lucht hing vol met slierten

de ochtend vol van dauw

een stel dat niet meer vierde

dachten vast

hou niet meer van jou

 

daaar was ook weer het spiegelbeeld

wie had wat juist gezegd

2 meningen

één vals gespeeld

maar zelf dat eerste ei gelegd

 

getrokken met een natte spons

gevolgd door een punt

soms ging het niet

niet altijd 

soms

het  feest

niet meer aan hen gegund

 

 

18012026

de zon streek langs mijn smoelement

fluweelzacht warme stralen

een waar genot van elk moment

wat rusttijd in te halen

 

meer dan genoeg

te vliegensvlug

trap even op de rem

een blikje

denk aan gis'tren t'rug

haar lief

breekbaar

soms broze stem

 

het wachten aan de school

een bank klinkt vol muziek

van contrabas

tot altviool

zelf speelt ze liefst van al klassiek

 

gezellig haakt ze in

slenterend zij aan zij

hebben geen haast

dat heeft geen zin

zij zeker niet

ook niet voor mij

 

bestelt een koffie

slurp zelf theee

zoekt suiker

geen citroen

het cozy keuv'len op café

zaterdagmiddag

niets te doen

 

 

17012026

met toeters en met bellen

zelfs met een héél fanfaar

vol grootsheid staan vertellen

goed wetende

't is toch ni waar ...

 

 

15012026

de tunnel in

tunnel weer uit

een lamp die heel fel brandt

iemand neemt een foutief besluit

belandt aan de verkeerde kant

 

 

15012026

de regen viel in striemen

de wind floot in mijn oren

een breiwol

en 2 priemen

geen restje ging verloren

 

ik liet een steekje vallen

de draad weer opgepikt

jongleren met wat ballen

nen tuttefrut

net ingeslikt

 

iemand zei ingeslokken

wie weet

niet goed ter taal

vandaag later vertrokken

een ingekort

ochtendverhaal

 

 

14012026

3 vuilbakken op straat

de verhoogde borduur

ik zag het helaas veel te laat

knal er los op

& overstuur

 

 

13012026

er hing nog wel wat Kerst

lichtjes die sfeervol branden

iemand die nog een dorstje lest

vreugde

ontblote tanden

 

swingend in polonaise

de cirkel bijna rond

verdween in de malaise

daar tussenin onzichtbaar stond

 

 

13012026

het weerbericht gaf droog

vertrok nochthans met miezer

er was dus iemand die vast loog

misschien was het één diezer

 

dagen brak de zon

't was moeilijk te geloven

alsook moeilijk voorspellen kon

vooral niet te beloven

 

 

12012026

het ijs was weer gesmolten

de schaatsen opgeborgen

langs spleten en door holten

scheen al de zon voor morgen

 

de parel in een donker woud

vast ook wel wat geslepen

wou het niet missen

voor geen goud

geen duizend lettergrepen

 

 

12012026

ik hoor mijn wielen kraken

vraag me af

"is het glad"

iemand roept

niet uw zaken

komt uit de kroeg

straal

ladderzat

 

zwalpend 

duid'lijk stomdronken

wankelend op 2 benen

had uit zijn bek gestonken

de maan had vol geschenen

 

daar glipt hij op zijn smoel

"had het nog zo gezegd"

het ijs smaakt zout

dat vindt hij cool

iemand had hem in bed gelegd

 

vecht daar tegen zijn kater

tegen teveel promil

pas uren

uren later

houdt hij zijn kop

wordt het weer stil

 

 

11012026

hoor iets over vakantie

denk meteen naar de zon

flaneren in zijn onesie

blondjes spotten vanop 't balkon

 

of toch maar naar de bergen

slipgevaar op glad ijs 

dat moet vast veel moed vergen

zijn onesie kleurt konijnengrijs

 

of wacht

oogt eerder bruin

dat valt niet in de smaak

een kale kop 

een rosse kruin

vandaag misschien de code kraak

 

 

10012026

de paadjes kleuren wit

een loopje bij min twee

meteen te warm

oververhit

zie kind'ren roetsjen met een slee

 

er vallen verse vlokken

gedruppel van een tak

warmte 

bij koffie

mokken

anderen roetsjen

plastic zak

 

het weekend hangt vol pret

de wolken vol met sneeuw

Sabine mompelt "doch opgelet"

verdwaald

de lucht

gebroken meeuw

 

 

10012026

een dipje onder nul

de vorst strooit met kristallen

verkoopt verder wat flauwe kul

onvoorzichtig

gevallen

 

loopt met een plaas'tren been

terwijl ie net bedacht

een ongeluk komt niet alleen

hilarisch toch

zelfs hoe hij lacht

 

want brak ook nog wat vingers

ergens tijdens een feest

verstrikt in nieuwjaarslingers

le roi

the king

een echt fuifbeest

 

 

09012026

het pad lag regenglad

en stroomde naar beneden

daar onderaan

was 't boem patat

boenk

op elkaar gereden

 

 

09012026

mijn ritje ging weer vlotter

het wegdek lag ontdooit

doch hoed me voor een totter

bij ochtend vaak nog wat verstrooid

 

 

09012026

strak aangewaaid Goretti

gevangen in een hoos

het regenpak too sweaty

krijg een pandoering op mijn doos

 

druppelsdikte bij regen

de baan nu wel ijsvrij

een felle rukwind tegen

pakkend genomen in mijn zij

 

 

08012026

opperste concentratie

de weg vol slipgevaar

van Lier nabij de statie

tot Borgerhout

ergens op 't Laar

 

 

07012026

het douchke

sproeiend heet

verstop me tussen stoom

terwijl ik choco'toffkes eet

rijk smullend

van mijn ochtenddroom

 

 

07012026

gedachten diepbevroren

ze zaten muur

muurvast

en kon ze krakend horen

bedwelmend

als een uitlaatgast

 

 

06012026

het fietspad vriest en kraakt

voorzichtigheid geboden

een eng

el bewaarder die waakt

een afspraak met ijsgoden

 

hier en daar wat gestrooid

bottinnen vol met zout

tot bruine smurie licht ontdooit

de eerste bocht

daar loopt het fout

 

de ijsplek op de baan

iemand maakt er een slippertje

maar meteen ook weer opgestaan

gebroken op het nippertje

 

 

06012026

er lag een laagje sneeuw

de weg gleed weg in spek spekglad

een sneeuwpop groeit

ieuwend een meeuw

een slippartij

valt op zijn gat

 

een auto weggeschoven

gekanteld op zijn dak

het beeld niet te geloven

een hulpkreet zwaaiend met een klak

 

wat koeien in de gracht

met fel bevroren poten

de hulpdiensten hoop'loos in wacht

een redding door roeiboten

 

 

05012026

alweer even geleden

maar hier ben ik dan weer

langs straten

alsook steden

het op en af door werkverkeer